Masten, geleiders en isolatoren

Een hoogspanningsverbinding bestaat uit masten, geleiders voor stroom, isolatoren en bliksemdraden. Bij het project Doetinchem-Wesel 380 kV wordt gebruik gemaakt van een nieuw type mast: de Wintrackmast.

De masten

De Wintrackmast heeft door zijn ranke vorm minder effect op het landschap. De mast bestaat uit twee pilaarvormige palen en is witgrijs van kleur. Bovendien ontstaat een minder groot magneetveld dan bij de traditionele masten.


Wintrackmasten zien er niet allemaal hetzelfde uit. Hoekmasten zijn breder, terwijl steunmasten op rechte trajecten juist er smal zijn. Dat is een van de redenen om ervoor te zorgen dat een hoogspanningsverbinding zo recht mogelijk loopt. De masten van Doetinchem-Wesel 380 kV staan gemiddeld zo'n 350 tot 400 met uit elkaar en zijn 55 tot 75 meter hoog. De hoogte en de afstand tussen de masten hangen af van de lokale situatie. Zo moeten masten bij het overspannen van een rivier vaak hoger zijn, zodat schepen veilig onder de verbinding door kunnen varen.

Geleiders, isolatoren en bliksemdraden

De masten dragen de geleiders waardoor stroom loopt. Deze geleiders zitten met zogenaamde isolatoren vast aan de mast. Bovenaan de masten zijn één of twee dunnere draden gemonteerd. Dit zijn bliksemdraden. Deze draden voeren de energie van een eventuele blikseminslag naar de grond af. Zo wordt schade en stroomuitval door blikseminslag op de geleiders voorkomen. Om veilig onderhoud aan een verbinding te kunnen uitvoeren, moet de spanning van een circuit kunnen worden gehaald. Daarom voert TenneT een hoogspanningsverbinding altijd "dubbel" uit (=2 circuits), zodat er altijd een circuit beschikbaar is voor het transport van elektriciteit.