Ondergronds of bovengronds

De nieuwe 380 kV-verbinding wordt bovengronds aangelegd; wereldwijd is dat de standaard voor 380 kV-hoogspanningsverbindingen. Ondergronds aanleggen is over deze beperkte afstand technisch mogelijk. Maar de hersteltijd bij storingen van zo’n kabel ondergronds is gemiddeld drie weken. Dat is een onaanvaardbaar risico voor de bedrijfszekerheid van het transportnet. De kosten voor een ondergrondse verbinding zijn bovendien erg hoog.

De minister van Economische Zaken en de minster van Infrastructuur en Milieu hebben daarom voor een bovengrondse verbinding gekozen. Overigens legt TenneT bijna acht kilometer 150 kV-verbinding in en bij Doetinchem wel ondergronds. 

Gemeenschappelijk belang

Doetinchem-Wesel 380 kV is als interconnector tussen landen van groot belang voor de leveringszekerheid in Nederland en West-Europa. TenneT is dan ook gebonden aan gedragsregels die de gezamenlijke Europese hoogspanningsnetbeheerders (ENTSO-E) hebben afgesproken. Daarin staat dat zij elkaar assisteren bij het oplossen van calamiteiten en dat zij elkaar zoveel mogelijk behoeden voor onderbrekingen. Interconnectoren moeten dus bij uitstek robuust en stabiel zijn. Daarom is het zeer ongewenst om in grensoverschrijdende wisselstroomverbindingen ondergrondse kabels op te nemen.

Wisselstroom

Het hele Europese elektriciteitssysteem is – van energiecentrale tot stopcontact – gebaseerd op het principe van wisselstroom. Gelijkstroom wordt in Europa in hoofdzaak in twee situaties toegepast: bij het verbinden van twee netten met een verschillende frequentie en bij zeekabelverbindingen langer dan 100 kilometer. Gelijkstroom kent minder transportverliezen dan wisselstroomkabels die grote afstanden overbruggen.