Het elektriciteitsnetwerk

Het elektriciteitsnetwerk bestaat uit een transportnet en een distributienet. Beide netten samen zorgen ervoor dat geproduceerde energie uiteindelijk terecht komt bij huishoudens en bedrijven.

Centrales en decentrale opwek

Elektriciteit wordt momenteel vooral opgewekt door grote energiecentrales. Die staan op een beperkt aantal plaatsen, zoals Eemshaven, Borssele en de Maasvlakte. Maar er is een duidelijke groei in het aantal duurzame bronnen die elektriciteit leveren, zoals windparken, biovergisters en warmtekrachtkoppelingen. Het Energieakkoord voorziet in een verdere groei daarvan. Die duurzame bronnen staan verspreid over talloze locaties door het hele land – en zelfs op zee. Zowel de centraal als decentraal opgewekte energie wordt via het transportnet en het distributienet naar de gebruikers gebracht.

Het transportnet

Voor het transport van grote hoeveelheden elektriciteit wordt hoogspanning gebruikt. 220 KV- en 380 kV–verbindingen vormen samen het hoofdtransportnet. Het zijn de snelwegen van het elektriciteitsnet. De 110- en 150 kV-hoogspanningsnetten zijn te vergelijken met provinciale wegen; ze zorgen voor de regionale distributie van elektriciteit. TenneT is verantwoordelijk voor het beheer van dat gehele transportnet van 380 kV tot 110 kV.

Het distributienet

Regionale netbeheerders als Enexis, Liander en Stedin zijn verantwoordelijk voor het elektriciteitstransport op spanningsniveaus lager dan 110 kV. Dit is het distributienet waarop huishoudens en bedrijven zijn aangesloten. Voordat de stroom uit het stopcontact komt, wordt de spanning teruggebracht naar 230 Volt. Dat gebeurt via transformatorstations.

Meer informatie over het elektriciteitsnetwerk vindt u op de website van TenneT.